Vier vrouwen, vier seizoenen
- Ella Kroesen
- 6 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

Vier energieën die in mij leven. Vier vrouwen die elkaar afwisselen, soms overlappen, soms botsen, maar altijd terugkeren naar dezelfde kern.
In de winter geef ik me volledig over aan de energie van de aarde. Niet half. Niet voorzichtig. Maar volledig. Alsof ik mezelf neerleg in haar armen en mag leren vertrouwen dat ze me kán dragen. Elk moment weer opnieuw. Dat vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid. Het is iets wat ik helemaal mag voelen.
Mijn wereld wordt kleiner in deze periode. Minder afspraken. Minder naar buiten. Minder geluid. Maar mijn binnenwereld… die wordt groots. Uitgestrekt. En heel diep.
Ik voel elke cel in mijn lichaam als een levend landschap. Elke subtiliteit die in mijn lijf verborgen ligt, wordt ineens heel voelbaar. Het begint vaak als een kleine fluistering.
Wanneer ik beter luister, wanneer ik echt stil word, merk ik dat die fluistering beweegt. Ze wil dansen. Ze wil ruimte. Ze wil niet vastgezet worden in analyse of woorden. Ze wil door mijn lichaam heen.
Dus ik laat haar.
Ik laat haar door mijn heupen bewegen, langs mijn ruggengraat omhoog glijden, mijn borst openen, mijn keel verzachten. Mijn lichaam maakt plaats. Alsof er letterlijk ruimte wordt geschoven van binnen. Alsof ik mezelf wijder maak.
Wat eerst klein was, groeit. Wordt groot. Neemt plek in. Zonder schaamte. Zonder terughoudendheid. Want ze weet ze wordt gedragen. Ik word gedragen.
En dan vindt ze haar weg naar buiten. Heel zacht. Via mijn ogen. Ze versmelt in water.
Een traan. Die langzaam over mijn wangen haar weg terugvindt naar de aarde.
Wat een waanzinnige cyclus is dat. Wat een waanzinnig wonder.
Dat wat in mij beweegt, mag stromen. Dat wat stroomt, mag terugkeren. Dat wat terugkeert, voedt.
Tranen zijn voeding voor de aarde. Dat voel ik echt zo. Laat ze stromen. Voed haar met jouw magie. Met jouw water. Ze heeft dorst. Er is zoveel droogte. Zoveel verharding. Zoveel controle. Voed haar met jouw warme tranen.
De aarde wil jouw drinken. Ze wil jouw echtheid ontvangen.
En terwijl mijn tranen de grond raken, voel ik hoe vruchtbaar ze is. Hoe levend. En ergens in dat moment voel ik hoe leeg ik zelf ben geworden. Niet leeg als in gemis. Maar leeg als in ruimte. Heilig leeg. En oh daarin zakken, daarin overgeven, is het aller áller moeilijkste wat er bestaan.... maar ook het alles mooiste.
Want als ik me volledig overgeef in deze leegte…
… begint het weer te kriebelen.
Te kietelen. Alsof de vruchtbaarheid van de aarde tegen mijn huid aan duwt.
Ik zit daar, als vrouw, bovenop de aarde. Ik voel haar energie omhoog bewegen. Ik voel haar levenskracht, rauw en intens. Ik voel hoe ze mij wil voeden.
Ik wil haar ook.
Ze mag naar binnen. Ik zuig haar op, niet met geweld maar met openheid. Ik verbind me met haar bereidheid om mij te voeden. De aarde is bereid. Ze is altijd bereid. Ze kan mij dragen. Ze kan mij vullen.
Neem haar. Volledig...
En ik laat het stromen. Ik laat haar door mijn bekken, mijn buik, mijn hart bewegen. Tot mijn hele lijf zich vult. Tot in mijn kleinste lichaamscellen. Tot ver daarbuiten.
Ik open….als de bloemen, als de blaadjes, als het leven zelf. Mijn hart wordt vrij. Ze opent zacht. Smeltend. Adem na adem vult mijn borst zich met meer en meer leven.
Ik kan nauwelijks omschrijven hoe lékker dit voelt. Het is een versmelting met haar energie. Alsof ik bemin met de aarde. Alsof ik ontvang zonder terughoudendheid.
Zonder schuld. Zonder twijfel.
Ik ontvang. Ik ontvang. Ik ontvang…….
En dan dat piekmoment dat niet schreeuwt, maar straalt.
Ik sta met mijn armen wijd. Mijn gezicht richting de zon die hoog aan de hemel staat. De lucht is zacht. De zon is warm. Ik voel hoe er gebloeid heeft wat mocht bloeien. Niet meer. Niet minder. Precies wat ik te geven had.
Er is niets om toe te voegen. Niets om te bewijzen. Er is alleen maar aanwezigheid van het hoogsthaalbare in het leven.
Dagen langer dan nachten. Licht langer dan donker.
Ik zie je. Ik hoor je. Ik voel je.
En dan, heel langzaam, bijna onmerkbaar, schuift de energie weer. Dat zachte overgangsmoment. We laten los. Niet abrupt. Niet dramatisch. Maar langzaam. De natuur verkleurd ook mee richting de aarde.
Loslaten gaat niet over verliezen. Het gaat over niet meer vasthouden wat zijn cyclus heeft voltooid.
Mijn hoofd buigt langzaam naar beneden, terug richting de aarde.
Als een buiging. Een erkenning. Een diepe diepe dankbaarheid.
Ik buig voor alles wat was. Voor alles wat is. Voor alles wat ik heb mogen dragen en laten stromen. En ik buig voor mezelf. Voor mijn moed om opnieuw naar binnen te keren.
Herfst is schenken. Teruggeven. Vertrouwen dat wat gevallen is, opnieuw voeding wordt.
En zo begint het weer opnieuw....
Vier seizoenen. Vier vrouwen. Vier bewegingen.
Ik beweeg mee. En ik laat me bewegen door het leven.

Opmerkingen